Het wonder van de hakselmachine

In de bosnegerdorpen in de binnenlanden van Suriname zorgen veel vrouwen in hun eentje voor de kinderen en voor het gezinsinkomen. Ze leven van wat hun kleine akkertjes opbrengen. Vastenaktie ondersteunt projecten die de vrouwen helpen om de productie van hun landbouwgronden te verhogen. Het verhaal van een groep ondernemende Surinaamse vrouwen.


‘Het werk op het land is erg zwaar. Maar we hebben geen keus. Wie niet op haar kostgrondje werkt, zal niet kunnen eten.’ De vrouwen van Futunakaba, een klein bosnegerdorp aan de Suriname rivier, maken er verder weinig woorden aan vuil. Hun dagen zijn van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat gevuld met werk. ‘Als je bent opgestaan, help je eerst de kinderen, daarna doe je het huishouden en dan ga je naar je kostgrond om te werken,’ vertellen ze. ‘Het is heet op de akker en het werk is vermoeiend. Als je uitgeput bent, ga je naar huis om te koken. ’s Middags gaan we meestal weer naar het land en werken we door totdat het donker wordt.’

De kostgronden zijn klein – open gekapte stukjes oerwoud – en leveren vaak net genoeg op om van te eten. De inwoners van Futunakaba zijn de nakomelingen van weggelopen slaven en worden bosnegers of marrons genoemd. De landbouwtechnieken leerden ze van de indianen, die ze na hun vlucht van de plantages in het oerwoud tegenkwamen. Het werk op de akkers geldt van oudsher als vrouwenwerk. Dat kan ook bijna niet anders, want er wonen vrijwel alleen maar vrouwen, kinderen en bejaarden in Futunakaba. De mannen hebben het dorp in het binnenland verlaten om werk te zoeken in Paramaribo of in buurland Frans-Guyana.

 

Erg ondernemend

Maimai Petrusi (42) is een uitzondering. ‘Ik woon samen met mijn man en hij werkt mee op de kostgrond,’ vertelt ze. ‘Dat vinden de andere vrouwen heel bijzonder. Hun mannen komen hooguit een keer per jaar om te helpen met het openkappen van een stukje bos.’ Maimai die afkomstig is uit een ander dorp, heeft een bijzondere positie in Futunakaba. Ze bruist van energie, zit vol plannen en is erg ondernemend. Acht jaar geleden was ze de eerste in het dorp die op het idee kwam om een winkel te openen. Zij en haar man verdelen de taken. Met de opbrengst van de kostgrond, kunnen ze producten voor de winkel kopen. ‘De winkel en de akker gaan goed samen. Het één financiert het ander,’ zegt Maimai. ‘De winkel is klein en gaat alleen open als er klanten zijn, maar het loopt goed.’


Maimai is daarnaast een van de drijvende krachten achter de vrouwenvereniging van Futunakaba. Het samenwerkingsverband van 22 vrouwen wordt ondersteund door de Nationale Vrouwenbeweging (NVB) in Suriname, die op haar beurt weer steun ontvangt van de Nederlandse Vastenaktie. Maimai vertelt: ‘Samenwerking is in onze cultuur heel belangrijk. Je hebt elkaar nodig om te overleven. De vrouwenvereniging bezit gemeenschappelijke gronden, die we samen bewerken. De opbrengst delen we. Het is wel extra werk, want iedereen heeft daarnaast nog haar eigen kostgrond, maar het levert geld op.’

 

Twee keer zoveel

Met hulp van de NVB konden de vrouwen van Futunakaba zich onlangs de aanschaf van een hakselmachine veroorloven. Maimai demonstreert hoe het apparaat werkt: ‘Je doet er dorre bladeren en takken in en de machine maakt er goede compost van,’ wijst ze. De hakselmachine heeft het leven van de vrouwen van het dorp veranderd. Vroeger gebruikten ze dorre bladeren om hun gronden te bemesten, maar met de compost uit de hakselmachine gaat het veel beter. Maimai Petrusi: ‘Nu we compost gebruiken, brengen de kostgronden twee keer zoveel op. Vroeger was de productie alleen maar voor eigen gebruik, nu hebben we gewassen over die we kunnen verhandelen. En dus verdienen we geld.’

De meeste landbouwproducten uit Futunakaba – pinda’s, zoete en bittere cassave en bonensoorten – worden verhandeld in Boven-Suriname, maar soms ook in Paramaribo. Maimai bijvoorbeeld schrikt niet terug voor een reisje naar de stad, ook al betekent dat twee tot drie uur varen en daarna nog een lange, hete busreis naar Paramaribo. Ze zegt: ‘We kunnen het extra geld heel goed gebruiken. De meeste vrouwen besteden het allereerst aan verbeteringen aan hun huis: ze vervangen het palmbladeren dak door golfplaat of installeren een watertank. Zelf gebruik ik het geld om in mijn winkel te investeren. Het is weliswaar een kleine winkel, maar ik stel er een eer in om zoveel mogelijk verschillende producten aan te kunnen bieden.’

 

in: VolZin, maart 2006