Ik leef in drie werelden. Ik ben indiaans, ik hoor bij de christelijke kerk en ik beschouw mezelf als feministe,' aldus de Boliviaanse Vicenta Mamani, die onlangs als eerste Aymara indiaanse een graad in de theologie heeft gehaald. In haar afstudeeronderzoek staan de identiteit en de religieuze opvattingen van Aymara vrouwen centraal. Mamani bedrijft christelijke theologie vanuit haar indiaanse spiritualiteit gekruid met een stevige vleug feminisme. Portret van een Aymara dame die niet terug schrikt voor het conflict. 



Ik ben in de eerste plaats Aymara, dat is mijn identiteit. Dat ik ook bij de christelijke kerk hoor, komt daarna,' zegt Vicenta Mamani Barnabe (32). Met haar wijde traditionele rokken en haar bolhoed ziet ze er net zo uit als de boerenvrouwen in het Andesdorp waar ze vandaan komt. Ze piekert er niet over om die kleding en de lange vlechten af te schaffen. Hiermee geef ik uitdrukking aan mijn identiteit als Aymara vrouw. Ik zou me doodongelukkig voelen in andere kleren, ook al zou het me een hoop gezeur besparen. Ik krijg heel wat denigrerende opmerkingen naar mijn hoofd. Soms beginnen ze op straat zomaar tegen me te schelden. Maar ik ben niet van plan om me daar iets van aan te trekken. Trouwens, ik vind westerse kleren lelijk. Ik weet zeker dat ze me niet zullen staan.'

We hebben afgesproken in het kantoor van het Centro de Teolog¡a Popular waar Mamani werkt. Ze schenkt cocathee en schuift de stoelen in de zon. Het is koud in het kantoortje in een van de armoedige, hoog gelegen wijken van de Boliviaanse hoofdstad La Paz. Vanuit het raam zijn de bergen te zien. Mamani vertelt dat de positie van vrouwen binnen haar eigen cultuur haar altijd al heeft bezig gehouden. Eigenlijk was ik van jongs af aan feministe, ik wist alleen niet dat het zo heette,' zegt ze. Toen ik vorig jaar in verband met het schrijven van mijn scriptie aan het Seminario Biblico Latinoamericano in Costa Rica verbleef, kwam ik voor het eerst in aanraking met feministische literatuur en gendertheorieen. Er ging een wereld voor me open. Ik kreeg opeens een kader aangereikt waarbinnen ik veel van mijn ervaringen kon plaatsen.'

Vicenta Mamani werd geboren in Ticohaya, een kleine Indiaanse gemeenschap in het Boliviaanse hoogland. Ze groeide op binnen de Aymara cultuur. Thuis en in het dorp werd uitsluitend Aymara gesproken en dagelijks werden de rituelen van de Aymara religie gepraktiseerd. Als oudste van drie meisjes leerde Mamani al vroeg meehelpen in huis. Binnen onze cultuur zijn de taken strak verdeeld. Een meisje leert het vrouwenwerk van haar moeder, de jongens gaan met hun vaders mee. Ik moest mijn moeder helpen met al het werk in huis: koken, wassen, spinnen, weven en op de jongere kinderen passen. Daarnaast had mijn moeder ook de verantwoordelijkheid voor de akker met mais en bonen en voor het kleine vee. Een man hoeft alleen voor zijn koeien te zorgen en verder kan hij op het dorpsplein gaan zitten kletsen met de andere mannen. Soms hielp mijn vader mee als er zware lasten moesten worden getild, maar verder deed hij weinig. Ik vroeg als kind aan mijn moeder hoe het toch kwam dat zij zoveel harder moest werken dan mijn vader. Maar ik kreeg daar nooit antwoord op.'

Vicenta Mamani stond van jongsaf aan bekend om haar kritische blik en haar lastige vragen. Waarom mogen jongens naar de middelbare school en meisjes niet? vroeg zij zich af. Zij wilde ook verder leren. Haar ouders steunden haar, maar de rest van de familie en de andere mensen in haar dorp vonden haar ambities vreemd en zelfs verwerpelijk. Ik heb doorgezet en heb als een van weinige Aymara meisjes uit mijn dorp een middelbare schooldiploma kunnen halen' vertelt Mamani De jongens in het dorp lachten me uit. Waar is die school voor nodig, riepen ze. Ze zeiden dat ik zou gaan trouwen en dat ik het eten zou moeten koken voor mijn man. Op dat moment beloofde ik mezelf dat ik nooit zou trouwen. Tot op heden heb ik me daaraan gehouden.'



verweven

Een middelbare schooldiploma was voor Mamani niet genoeg. Zij wilde meer. Ze besloot theologie te gaan studeren aan het Instituto Superior Ecumenico Andino de Teolog¡a in La Paz. Waarom theologie? Uit nieuwsgierigheid. Het interesseert me. Ik was als meisje in ons dorp aktief binnen de methodistenkerk en liep met allerlei vragen rond. In de kerk zeiden ze dat onze eigen cultuur heidens was, maar dat wilde ik niet geloven. Ook viel me op dat de rol van vrouwen in de kerk zo gering is, terwijl vrouwen in de Aymara rituelen belangrijke taken te vervullen hebben. Die verschillen hielden me bezig en ik wilde weten of het allemaal wel klopte wat de pastor tegen me zei. Men vond het wel raar hoor. Christelijke theologie wordt door veel Aymara's als iets vreemds beschouwd, iets wat vijandig is aan onze eigen cultuur. Waarom zou ik er nou juist voor kiezen om dat te gaan studeren? Het feit dat ik een vrouw was, maakte mijn keus in de ogen van velen nog belachelijker. Niemand nam het serieus.'

De studie aan het theologisch instituut in La Paz viel Mamani niet mee. Haar eigen vragen kwamen nauwelijks aan bod. De christelijke theologie stond centraal,' vertelt ze. 'We bestudeerden de bijbel en we moesten Grieks en Hebreeuws leren. Die talen vond ik vreselijk moeilijk. Ik had liever Engels geleerd, want dat zou ik elke dag kunnen gebruiken. Als ik eerlijk ben interesseert de systematische theologie zoals wij die moesten leren me niet zo erg. Ik beschouw het als informatie, maar ik kan er zelf niet veel mee. Het ging in die studie niet over mij en mijn ervaringen als Aymara vrouw die tegelijk lid is van de christelijke kerk. En daarover had ik nou juist iets willen leren.'

Terwijl in haar studie de nadruk werd gelegd op het eigene en het andere van het christendom ten opzichte van de andere religies, was Mamani juist op zoek naar de wijze waarop haar christelijke achtergrond en haar Aymara geloof met elkaar verbonden waren. Ik wilde niet uitgaan van de verschillen, maar zoeken naar waar het christendom en mijn eigen cultuur elkaar raken', vertelt ze. Voor mij zijn het nooit twee gescheiden werelden geweest. Ik heb als kind de ene God zowel in de Aymara rituelen als in de kerk leren kennen. Je zou kunnen zeggen dat de Aymara religie voor ons de godsdienst was van alledag en van elk moment. De rituelen om Moeder Aarde te bedanken of de Zon te begroeten werden vaak thuis in de familiekring gepraktiseerd. Het christendom was meer iets van de zondag. Het gold als offici‰le cultus. Maar het onderscheid is voor mij kunstmatig. In de praktijk waren de Aymara rituelen en de christelijke gebruiken volkomen verweven.' Van die verwevenheid kan Mamani talloze voorbeelden geven: In verschillende Aymara rituelen wordt het Onze Vader of het Ave Maria gebeden. Bij het zegenen van de cocabladeren slaan wij een kruis. En ik herinner me dat mijn vader de apostolische geloofsbelijdenis zei, als er onweer was of hagel.'



heidens

Vanwege haar opvattingen over de verhouding tussen christendom en Aymara religie kwam Mamani in toenemende mate in conflict met haar omgeving. Er was nauwelijks aandacht voor mijn manier van beleven, niet in mijn studie en al helemaal niet in de kerk. Binnen de studie leidde dat soms tot felle discussies, maar in de kerk bracht het me echt in de problemen. Voor de meeste pastores en bisschoppen gold en geldt onze oorspronkelijke cultuur eenvoudigweg als heidens. Wie christen wil worden, moet het Aymara geloof afzweren, zeggen ze. Ze gaan voorbij aan de grote groepen Aymara's die christendom en oorspronkelijke religie al sinds eeuwen als ‚‚n geheel beleven. Het dringt niet tot hen door dat er veel Aymara's zijn die helemaal niet begrijpen waarom je het onderscheid zou moeten maken tussen christelijke en Aymara gebruiken; waarom het ene ritueel christelijk is en dus goed, terwijl het andere uit de Aymaracultuur stamt, en om die reden zou moeten worden uitgebannen. De kerkelijke leiders weigeren in te zien dat wij Aymara's christenen zijn, en dat onze eigen achtergrond en onze oorspronkelijke rituelen vanzelfsprekend deel uit maken van onze spiritualiteit.'

Het conflict maakte Mamani strijdbaar. Zij besloot de door de kerk verguisde praktijk van de Aymara's tot onderwerp van studie te kiezen om voor het front van de theologie duidelijk te maken dat Aymara religie en christendom heel goed samen gaan. Daarbij koos ze ervoor om de ervaringen van de gemarginaliseerden onder de gemarginaliseerden - de Aymara vrouwen - als uitganspunt voor haar studie te nemen. Die keus had alles met mijzelf en mijn eigen achtergrond te maken. Ik heb als Aymara vrouw met een driedubbele discriminatie te maken. Ik ben arm, ik behoor tot een inheems volk en ik ben vrouw. Wat me intrigeert is dat Aymara vrouwen desondanks binnen de oorspronkelijke religie een belangrijke plaats innemen.'

In haar scriptie zet Mamani uiteen hoe binnen de Aymara cultuur gedacht wordt over de verhouding tussen mannen en vrouwen. Evenwicht en harmonie tussen mannelijk en vrouwelijk vormen van oudsher centrale noties in het denken van de Aymara's. Mannen en vrouwen hebben zowel in het dagelijks leven als in de godsdienst ieder hun eigen van elkaar verschillende, maar gelijkwaardige taken. Ze dienen elkaar aan te vullen, hun rollen zijn complementair. Man en vrouw samen vormen als echtpaar of jaqi de basis van de gemeenschap. Tijdens de rituelen treden man en vrouw vaak als jaqi op. Ze hebben elk hun eigen rol, maar het ritueel is pas mogelijk als ze, elkaar aanvullend, hun taken uitvoeren. Vicenta Mamani: Complementariteit en gelijkwaardigheid zijn basisbegrippen in onze cultuur. Het klinkt heel mooi, maar ik wilde weten wat er in de praktijk van terecht kwam.'



luiheid

Tijdens haar onderzoek in haar eigen gemeenschap Ticohaya ontdekte Mamani dat er van het principe van gelijkwaardigheid tussen de seksen in het dagelijks leven weinig wordt terug gevonden. Mamani werd in alle gezinnen waar zij onderzoek deed, geconfronteerd met een zeer ongelijke taakverdeling tussen man en vrouw. Op grond van mijn gegevens denk ik dat vrouwen twee tot drie keer zo hard werken als mannen,' zegt ze. Al bij haar huwelijk wordt het Aymara meisje ingepeperd dat ze hard zal moeten werken. In het huwelijksformulier wordt gezegd: Vanaf nu en in de toekomst is je echtgenoot je vader en verdient je echtgenoot respect; je zult eervol en waardig leven, je zult niet lui zijn, want de luiaards sterven van honger. Je zult vief zijn, je zult de ziel van het huishouden zijn. Je zult werken.'(vert. CvZ)

Naast de ongelijke taakverdeling stuitte Mamani ook op andere uitingen van machismo. De taken van vrouwen worden in het algemeen niet hoog aangeslagen,' vertelt ze. Vrouwen gelden in de Aymaragemeenschap als minderjarigen zonder zeggenschap. De man is het hoofd van het gezin. Als het hem goed dunkt, mag hij zijn vrouw en ook zijn kinderen slaan. Dat laatste gebeurt dan ook op grote schaal en zonder dat iemand er tegen protesteert.'

Dat in de praktijk van het dagelijks leven van de complementariteit tussen man en vrouw weinig terecht komt, lijkt een onvermijdelijke conclusie voor wie het leven van de Aymara vrouwen van Ticohaya bestudeert. Mamani echter laat het niet bij deze - trieste - vaststelling. Zij stelt de vraag naar de oorsprong van het sexisme in haar eigen cultuur. Mamani: Die vraag wordt door velen als bedreigend beschouwd. Men is gewend om te zeggen dat alles wat fout is binnen onze cultuur toegeschreven moet worden aan de Spanjaarden. Met de Conquista zou de positie van de vrouw zijn verslechterd en werd het machismo ge‹ntroduceerd. Het is natuurlijk makkelijk om te zeggen dat alles wat slecht is van buiten komt en dat onze cultuur van zichzelf harmonieus en gelijkwaardig is. Maar ik ben gaan twijfelen aan dat concept. Ik denk dat het machismo ook binnen onze eigen cultuur geworteld is.'

Die kritische houding ten opzichte van haar eigen cultuur wordt Vicenta Mamani niet in dank afgenomen. Mannelijke Aymara theologen zijn geneigd de Aymara religie nogal te idealiseren,' zegt ze. Het is waar dat de belangrijkste principes in onze godsdienst gelijkwaardigheid, wederzijds respect en complementariteit zijn. Maar ik heb met mijn onderzoek aangetoond dat het er in de praktijk vaak heel anders aan toe gaat. Dat wil men niet weten. Ik heb veel negatieve kritiek op mijn werk van de kant van mijn mannelijke collegaïs - Aymaraïs net als ik - moeten verduren. De vrouwen uit mijn dorp hebben mij echter gesteund. Ze kunnen mijn scriptie niet lezen, omdat ze analfabeet zijn en alleen Aymara spreken. Maar ze zijn blij dat er iemand uit hun eigen gemeenschap eindelijk iets onderneemt.'



herijking

Een ander concept uit haar eigen cultuur waar Mamani in de loop der tijd haar vraagtekens bij is gaan plaatsen, is het jaqi-begrip. Zolang je geen echtpaar vormt, tel je niet mee in de Aymara gemeenschap,' vertelt Mamani. Pas als je getrouwd bent geldt je als een persoon. Het werkwoord dat wij voor trouwen' gebruiken betekent letterlijk persoon worden'. Voor mij als alleenstaande vrouw is dit een van de lastigste aspekten van onze cultuur. Alleenstaanden en weduwen worden in de Aymaragemeenschap gediscrimineerd. Ik beschouw dat als een ontsporing van onze cultuur. Het jaqi-begrip hoeft van mij niet te worden afgeschaft - complementariteit op zichzelf is een mooi uitgangspunt - maar het is wel aan herinterpretatie toe.'

Herinterpretatie is een sleutelbegrip voor Vicenta Mamani als theologe. Zij kiest niet voor de radikale optie van veel jonge Aymara's die hun eigen cultuur simpelweg achter zich laten, omdat bepaalde aspekten hen niet meer bevallen. Dat kan ik niet en dat wil ik niet. Ik ben Aymara. Hoe kan ik dat achter me laten?' zegt Mamani. Maar ik vind wel dat bepaalde aspekten binnen onze cultuur hard aan herijking toe zijn. Op dezelfde manier sta ik ten opzichte van het christendom. Als ik passages uit de bijbel of bepaalde uitspraken van de kerk niet kan plaatsen, zeg ik niet: schaf dat christendom maar af. Ik wil van binnenuit en met behoud van het goede op zoek naar een nieuwe toekomst. En ik zal net zolang blijven zoeken tot ik de ruimte gevonden heb om binnen de kerk te zijn wie ik ben: een alleenstaande Aymara vrouw met een christelijke achtergrond en feministische beginselen.'

 

in: Trouw, 18-8-199