Ze zitten te praten op het halfronde bamboe dak van een bootje. Het water van de brede Brahmaputra rivier is rustig. Laat zonlicht valt op de hutjes van het eiland aan de overkant. Deze week is Dorothee ter Kulve (45) op bezoek in het rivierengebied in Noordwest Bangladesh, waar haar vriendin Runa Khan (51) de hulporganisatie Friendship runt. Met het watervliegtuig is ze gisteren geland, want over de weg is het gebied nauwelijks bereikbaar. De vriendinnen hebben een weekje de tijd om alle zaken door te nemen. Dorothee heeft thuis in Wassenaar Friendship Nederland opgezet en blijkt een meester in het werven van fondsen te zijn. Er is veel te bespreken, maar tussen de bedrijven door nemen de twee ook de tijd om bij te kletsen over hun kinderen, hun mannen, hun ambities en hun dromen. ‘Toen we elkaar ontmoetten, was er meteen een klik,’zegt Dorothee. ‘We delen dezelfde passie.’

Beide vrouwen zijn gegrepen door het lot van de ruim vier miljoen Bengalezen die noodgedwongen wonen op eilanden en zandbanken in de rivier. Op deze zogeheten chars valt eigenlijk niet te leven, maar in het overbevolkte Bangladesh - 150 miljoen mensen in een land ter grootte van een kwart van Frankrijk - hebben de allerarmsten geen keus. Aan overstromingen zijn de charbewoners gewend geraakt. Als hun huis door het water wordt bedreigd, redden ze wat er te redden valt en beginnen elders opnieuw.

‘Het is een bijna nomadisch bestaan.’ zegt Runa Khan. ‘Mensen verhuizen gemiddeld vijftig keer in hun leven. Natuurrampen zijn aan de orde van de dag en het leven is volstrekt onvoorspelbaar. Je weet nooit van tevoren hoe de dag van morgen zal zijn. Dit gebied is tien keer zo gevaarlijk als het stroomgebied van de Mississippi.’
           
Keerpunt

            Haar eerste bezoek aan de chars staat Runa Khan nog helder voor de geest. Het was een schok, vertelt ze. ‘Ik ben in Bangladesh geboren, maar in deze uithoek van het land was ik nog nooit geweest. Ik had er geen idee van dat zulke extreme armoede bestond. Zelf kom ik uit een rijke familie. Ik had jarenlang onder een soort glazen stolp geleefd. Het bezoek aan de chars heeft me wakker geschud. Ik heb dagenlang gehuild. Nooit zal ik vergeten hoe ik in gesprek raakte met een moeder van drie kleine kinderen. We zaten te praten bij het schamele hutje waarin ze met haar doodzieke echtgenoot woonde. Het gezin had geen enkele bron van inkomsten. Om eten voor haar kinderen te kunnen kopen, reisde de moeder elke maand op en neer naar de hoofdstad Dhaka - een tocht van twee of drie dagen - om op straat te gaan bedelen. Ik vond het een ongelofelijk verhaal.’

Voor Runa Khan werd de kennismaking met de armoede op de chars een keerpunt in haar leven. Ze legt uit: ‘Mensen zijn geneigd om hun ogen te sluiten voor dit soort vreselijke situaties. “Het is te erg, we kunnen er toch niks aan doen,” zeggen ze dan. Maar dat klopt niet: je kunt wel iets doen. Je moet gewoon beginnen.’

En dat deed ze. In 1998 richtte Runa Khan de hulporganisatie Friendship op met als eerste prioriteit gezondheidszorg. Er kwam een drijvend ziekenhuis aan boord van een schip en er werden satelliet-kliniekjes opgericht in de nederzettingen op de chars. Inmiddels is Friendship uitgegroeid tot een internationaal opererende organisatie die vanuit Nederland onder meer gesteund wordt door Cordaid Mensen in Nood. Naast gezondheidszorg richt Friendship zich ook op noodhulp, wederopbouw en educatie. Het vergroten van de weerbaarheid van de charbewoners is een van de hoofddoelen.

Spontaan besluit

In de loop der jaren heeft Runa Khan een eigen visie op het ontwikkelingswerk ontwikkeld. Ze vertelt er graag over. ‘Armoede is een zeer complex probleem en dat betekent dat er niet één enkele oplossing voor bestaat. Daarom pakken we bij Friendship de problemenop verschillende terreinen tegelijk aan. Mensen hebben hier veel met overstromingen te maken. Dat is een feit en daar kun je maar beter op voorbereid zijn. In geval van watersnood is stap één dat je jezelf kunt redden. Daar is een redelijke gezondheid voor nodig en daarom richten wij ons ook op gezondheidszorg. Om een ramp te kunnen overleven, heb je daarnaast vaardigheden nodig die je in staat stellen om je leven weer op te bouwen. Daar kun je mensen in trainen. In de derde plaats is geld van belang. Je hebt spaargeld nodig om je leven opnieuw op poten te krijgen na een ramp. Daarom richt Friendship zich ook op het genereren van inkomsten en aanleggen van spaartegoeden. Zo zijn we op een van de chars een weverij begonnen waar vrouwen wat kunnen verdienen als aanvulling op het familie-inkomen.’

            Dorothee ter Kulve zit te knikken terwijl haar vriendin aan het vertellen is over haar manier van werken. Ze gelooft heilig in de aanpak van Friendship. ‘Ik zie met eigen ogen dat het werkt,’ zegt ze. ‘Dat is heel inspirerend. En daarom vind ik het de moeite waard om me voor Friendship in te zetten.’ Ze legt uit hoe dat zo gekomen is. ‘Achteraf kun je zeggen dat mijn kennismaking met Runa een keerpunt is geweest in mijn bestaan. Ik zat op dat moment in een soort overgangsfase. We hadden als gezin jarenlang in het buitenland gewoond en na terugkeer in Nederland had ik al snel een goede baan gevonden als bedrijfskundige. Maar het liep niet echt lekker. We hadden drie jonge kinderen en mijn man was voor zijn werk veel van huis. Ik kreeg de kinderopvang niet goed rond en het was allemaal heel stressvol. Daarom had ik besloten om mijn baan op te zeggen. Ik zou wel kijken of ik iets aan vrijwilligerswerk kon gaan doen. Precies op dat moment kwam Runa op mijn pad. Ik ontmoette haar in Nederland en ze stak me aan met haar enthousiasme.’

           Na de kennismaking met Runa nam Dorothee ter Kulve een spontaan besluit: ze kocht een ticket naar Bangladesh om met eigen ogen te gaan zien wat daar aan de hand was. Het was heel confronterend. Dorothee: ‘Ik kwam daar in de regentijd en zag de gevolgen van de overstromingen met eigen ogen. Huizen en akkers die onder water stonden, mensen die alles kwijt waren geraakt, vee dat was verdronken - het was verschrikkelijk om te zien. Maar ik zag ook hoe Friendship aan het werk was en voelde me enorm geïnspireerd. Zie je wel: als je wilt, kun je echt iets doen!’
 

Voortvarend

Daarna kwam alles in een stroomversnelling, vertelt Dorothee. ‘Ik was vol van wat ik in Bangladesh gezien had en vertelde over mijn ervaringen aan vrienden en bekenden. Ik gaf een paar kleine presentaties. Toen kort daarna orkaan Sidr over Bangladesh raasde, kreeg ik allerlei telefoontjes. “Wat een vreselijk nieuws. Dat gaat toch over het gebied waar jij bent geweest? Kunnen we iets doen?” Eerst kreeg ik het een beetje benauwd: blijkbaar denken de mensen dat ik er iets aan kan doen. Maar toen ben ik gewoon maar aan de slag gegaan en voordat ik het wist had ik een stichting opgericht.’

Runa moet lachen om Dorothee’s verhaal. ‘Kijk, dat is iets waarin we op elkaar lijken,’ zegt ze. ‘We durven initiatief te nemen en kunnen allebei heel hard werken. Bovendien handelen we uit compassie. We hebben veel aan elkaar. Dorothee heeft mij enorm geholpen en dan bedoel ik niet alleen met de fondsen die ze geworven heeft. Ze kan goed structureren en analyseren. Een gesprek met Dorothee helpt me altijd verder.’

Omgekeerd zegt ook Dorothee dat ze veel van Runa heeft geleerd: ‘Ik had er altijd moeite mee om beslissingen te nemen, maar Runa heeft me aangeraden om meer op mijn intuïtie te vertrouwen. Ze is een heel voortvarend persoon die precies weet wat ze wil. Ze had ook voor een makkelijker leven kunnen kiezen. Met haar achtergrond had ze lekker in het buitenland kunnen gaan wonen. In plaats daarvan is ze aan het werk gegaan in een van de allerarmste en meest geïsoleerde regio’s van haar land. Daar heb ik enorm veel respect voor.’

Druppel

            Intussen is de schemer gevallen boven de Brahmaputra rivier. In het lege rivierenland is het aardedonker. Op de chars is geen elektriciteit. Het enige licht in wijde omtrek komt van het ziekenhuisschip van Friendship waar de generator staat te ronken. De twee vriendinnen zijn nog lang niet uitgepraat. Ze hebben heel verschillende levens achter zich, de Bengalese Runa in haar kleurige sari en Dorothee uit Wassenaar. De een werd op 19-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan een neef en bracht na vele jaren de moed op om te scheiden en een nieuw leven te beginnen. De ander leidde een Nederlands studentenleven, kreeg alle kansen om zich te ontwikkelen en trouwde uit liefde. Dorothee: ‘De verschillen tussen ons zijn groot, maar daar praten we niet zo vaak over. De vriendschap is gebaseerd op wat we delen: de overtuiging dat je verschil kunt maken, als je dat echt wilt.’

            En Runa zegt: ‘Dat is het precies. Natuurlijk is het makkelijker om de armoede in de wereld te ontkennen. Maar met zo’n leugen kan ik niet leven. Toen ik begon met het ziekenhuisschip, werd tegen me gezegd: wat betekenen die 600 patiënten die jij denkt te kunnen helpen op die vier miljoen charbewoners die verstoken zijn van medische zorg? Ik heb me niet laten ontmoedigen. Inmiddels is mijn organisatie van betekenis voor meer dan een miljoen mensen. Daarom zou ik tegen iedereen willen zeggen: voel je niet hulpeloos. Je hoeft nooit te denken: dit is een druppel op een gloeiende plaat. Elke druppel telt.’

 

In: Lof, maart, april 2011