Ze stond in de volle zon met Afrikaanse boeren en boerinnen te praten, spitte samen met hen in de kurkdroge aarde en sjouwde met gieters vol water over de stoffige akker. Weervrouw Margot Ribberink (44) ervoer aan den lijve wat de aanhoudende droogte in Afrika betekent. Tien dagen lang reisde ze als ambassadeur voor Vastenaktie Cordaid door één van de armste landen van Afrika: Malawi. Ze bezocht ontwikkelingsprojecten die kleine boeren moeten helpen om zich te wapenen tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Margot: ‘In Afrika zijn de gevolgen van het veranderende klimaat veel ernstiger dan bij ons. Dat wist ik wel, maar nu heb ik het met eigen ogen gezien. En dat is toch anders.’

            Margot Ribberink is een bevlogen mens met energie voor tien. Ze heeft een drukke baan als weervrouw bij Meteoconsult in Wageningen en presenteert al twintig jaar het weer voor RTL 4. Daarnaast deelt ze samen met haar man de zorg voor hun twee dochters, houdt ze lezingen, doet vrijwilligerswerk, is fervent tornadojager, klust aan haar boerderij in de Pyreneeën en maakt lange reizen in haar camper. Haar dochters zijn er aan gewend dat hun moeder het druk heeft en zo nu dan een tijd op reis is voor haar werk. ‘Ze vinden het leuk voor mij,’ zegt Margot.

Naast alle andere drukke bezigheden, is Margot nu ook nog het gezicht van de jubileumcampagne van Vastenaktie Cordaid geworden. Waarom doet ze dat? Margot: ‘In de campagne van Vastenaktie gaat het om de gevolgen van klimaatverandering voor kleine boeren in Afrika. Dat spreekt me aan. In de jaren dat ik me professioneel met het weer bezighoud, heb ik gezien hoe het klimaat op onze planeet begon te veranderen. Overal op aarde zijn de gevolgen daarvan merkbaar, maar niet op elke plek is de situatie even ernstig. Het zit me dwars dat mensen in de ontwikkelingslanden die het minst hebben bijgedragen aan de klimaatproblemen, het zwaarst getroffen lijken te worden.’

Droge kluiten

            Op reis door het droge, bergachtige noorden van Malawi zijn de gevolgen van de klimaatverandering overal zichtbaar. In een gehucht vlakbij de grens met Zambia raakt Margot Ribberink in gesprek met een oude boerin die op het maïsveld aan het werk is. Onder de blakerende zon zien de plantjes tussen de droge kluiten aarde er armetierig uit. De boerin heeft haar houten spade opzij gelegd. Ze is zestig jaar en heeft altijd in deze streek gewoond. In de loop van haar leven heeft ze het klimaat zien veranderen, vertelt ze. ‘Toen ik een kind was, zag het er hier groen uit. Je had overal bomen en het regende veel vaker dan tegenwoordig. Ook in de droge tijd viel er geregeld een buitje en de regentijd duurde langer. Meestal begon het in oktober al te regenen. Tegenwoordig duurt het soms tot december voor de eerste regens vallen.’

            Voor de inwoners van deze streek heeft de toegenomen droogte grote gevolgen. ‘We leven van wat de akker opbrengt en dat is tegenwoordig niet meer genoeg,’ legt de boerin aan Margot uit. ‘In de maanden vlak na de oogst is er zoveel te eten dat we drie maaltijden per dag kunnen klaarmaken. Later in het jaar wordt het slechter en eten we nog maar twee keer daags. De maanden vlak voor de nieuwe oogst zijn het ergst: dan is er zo weinig voedsel dat we maar één keer per dag eten. De kinderen raken uitgeput en kunnen niet meer naar school. Dat is vreselijk. Vooral de moeders lijden eronder. Die geven het laatste hapje eten liever aan hun kinderen dan aan zichzelf. Dat zie ik mijn dochter doen en zo was ik vroeger zelf ook. Maar je moet oppassen: aan een moeder die instort, hebben kinderen niks.’

Intussen heeft de oude vrouw haar spade aan Margot Ribberink overhandigd, die graag een handje wil helpen. De rode aarde is hard en droog en nauwelijks te bewerken. Het stof waait op zodra Margot de spade in de grond probeert te duwen. ‘Dit is zwaar,’ zegt ze. ‘Ik begrijp niet hoe die vrouwen het volhouden. Sommigen staan te spitten met hun kind op de rug. Kinderopvang heb je hier niet, dus ze moeten wel, maar ik zou het niet kunnen.’

Ze is op haar hurken gaan zitten en wijst op de dorre plantjes. ‘Het is zo zonde. De grond is hier vruchtbaar genoeg, maar zonder regen kom je niet ver. Helaas is de verwachting dat de droogte in deze regio de komende jaren nog een stuk erger wordt. En dat terwijl de mensen in het zuiden van Malawi met het tegenovergestelde probleem kampen: daar valt veel te veel regen en hebben ze last van overstromingen. Iets vergelijkbaars zie je op meer plekken op aarde: waar het al nat is, wordt het natter en waar het aan de droge kant is, slaat de droogte extra toe.’ 

 Zo simpel

Voor het steeds drogere noorden van Malawi is irrigatie het sleutelwoord. Die middag bezoekt Margot Ribberink irrigatieprojecten die met steun van Vastenaktie Cordaid zijn opgezet. Een groep dorpelingen is bezig met het ophogen van een dam om een opvangbekken voor grond- en regenwater te creëren. Het werk is strikt verdeeld. De mannen scheppen kruiwagens vol aarde en sjouwen die naar boven. De vrouwen staan boven op de dam om de kluiten aarde te verdelen, fijn te hakken en aan te stampen. Intussen houden ze een oogje op de kinderen die om hen heen kruipen en spelen. Margot staat erbij te kijken, ‘Dit is heel zinvol,’ zegt ze. ‘Van de weinige regen die er valt, gaat een groot deel verloren. Dat kun je voorkomen door dit soort opvangbekkens aan te leggen. Als het bekken diep genoeg is, kan er zelfs vis worden gekweekt. Bovendien kan het vee er water komen drinken.’

            Ook op andere plekken in de buurt wordt er geïrrigeerd, soms op de meest eenvoudige manier. Een groep vrouwen van een naburig dorp heeft besloten om gezamenlijk de akkers te bevloeien. Elke middag sjouwen ze met emmers en gieters vol water vanaf de rivier omhoog naar het bouwland om hun planten te begieten. Het is zwaar werk, maar je kunt zien dat de gewassen er wel bij varen. ‘Zo simpel kan het zijn,’ zegt Margot Ribberink. ‘Dit project kan het verschil uitmaken tussen één of twee oogsten per jaar. Wanneer de mensen twee keer kunnen oogsten, zal er minder honger zijn. En misschien houden de vrouwen wat over om te vermarkten.’

Margot is met één van de vrouwen meegegaan naar haar huis: een lemen hut met een laag, rieten dak. Op de zijmuur zijn versieringen geschilderd in bruine en rode tinten. De twee zijn op de grond in de schaduw gaan zitten. De vrouw vertelt aan Margot waarom de inwoonsters van het dorp zo nauw samenwerken. ‘Wij vrouwen staan er bijna allemaal alleen voor. Onze mannen zijn naar de stad getrokken om werk te zoeken. Die zien we niet vaak. We zijn in ons eentje verantwoordelijk voor de kinderen en voor de akker. Als we samenwerken, kunnen we veel meer bereiken. Met vrouwen samenwerken gaat altijd goed. Vrouwen zijn sterk en weten van aanpakken. Als je mannen bij elkaar ziet zitten, dan praten ze alleen maar. Dat schiet niet op.’

 Veerkracht

Terwijl ze in Malawi rondreist, stelt Margot Ribberink zichzelf wel honderd keer dezelfde vraag: ‘Wat kan ik doen? Wat moet mijn bijdrage zijn?’ Achteraf vertelt ze: ‘Ik had een paar keer de neiging om een schep te pakken en zelf een waterbekken te gaan graven. Je wilt aan de slag, je wilt iets doen. Uiteindelijk denk ik dat mijn taak in Nederland ligt. Ik kan mijn bekende gezicht gebruiken om aandacht te vragen voor de klimaatproblemen wereldwijd. In Nederland focussen we graag op de gevolgen van de klimaatverandering voor ons eigen land. Die zeespiegelstijging is natuurlijk belangrijk, maar ik denk dat wij in Nederland over voldoende technische kennis en middelen zullen beschikken om ons ertegen te wapenen. In Afrika ligt dat anders. De gevolgen van de klimaatverandering zijn daar veel ernstiger. Bovendien hebben de mensen niet het geld en de middelen om de nodige aanpassingen te doen.’

            In zekere zin heeft de reis haar wakker geschud, zegt Margot. Ze houdt zich al vele jaren met de thema’s klimaat en duurzaamheid bezig, niet alleen op haar werk, maar ook thuis. Hier in Afrika zijn die discussies in een ander daglicht komen te staan. ‘Ik probeer net als iedereen zuinig te zijn met energie en zo ‘groen’ mogelijk te leven,’ zegt ze. ‘Dat heb ik ook geprobeerd op mijn dochters Noor en Lotte over te brengen. Ik vind dat essentieel in de opvoeding. Mijn dochters zijn nu 13 en 15 en zeer geïnteresseerd in de klimaatproblematiek en wat daarmee samenhangt. Dat komt voor een deel door mijn werk. Er wordt bij ons thuis veel over dit soort onderwerpen gepraat. Een van mijn dochters wil later tropenarts worden. Na deze reis ben ik ervan overtuigd geraakt dat we in Nederland veel verder moeten kijken dan de vraag: hoe duurzaam leef ik eigenlijk? Het is niet genoeg om je afval te scheiden en een zuinige auto te rijden. Daarmee komen we er niet. De problemen gaan ver over onze landsgrenzen heen.’

            En dan is er nog iets. Margot Ribberink kwam naar Malawi om over de gevolgen van de klimaatverandering te praten, maar er bleek veel meer aan de hand te zijn. Ze zegt: ‘Het heeft me geschokt dat de mensen zo verschrikkelijk veel problemen hebben. Je kunt wel over duurzaamheid praten, maar wat moet je ermee als je niet genoeg eten voor je kinderen hebt? Er heerst grote armoede, mensen hebben honger en ziektes als malaria en HIV Aids eisen hun tol. De klimaatproblemen komen daar nog eens bovenop. Het is om wanhopig van te worden. Ik weet echt niet of ik de moed erin zou houden, als ik hier zou moeten wonen. Tot mijn verrassing zijn de meeste mensen die ik heb ontmoet ondanks alles optimistisch. Ik heb de grootst mogelijke bewondering gekregen voor hun veerkracht en moed. Ik vrees dat ze die moed de komende jaren nog hard nodig zullen hebben.’

 

in: Lof, maart/ april 2010