‘Mijn kinderen zeiden wel eens tegen me: moeder, jij bent altijd maar aan het werk voor die straatkinderen en je vergeet ons helemaal.’ De Filippijnse sociaal werkster Elvie Ricarte moet erom lachen. Hoewel ze het als alleenstaande moeder in een arme wijk van Manilla bepaald niet gemakkelijk heeft, zet ze zich al jaren in voor de Filippijnse organisatie Childhope Asia Philippines (CHAP) die probeert het lot van de vele straatkinderen in de metropool te verbeteren. Elvie Ricarte: ‘Ik hou van de straatkinderen met wie ik werk. Het voelt bijna als familie. Dat hebben mijn eigen zoons me wel eens verweten. Ze zijn gewoon jaloers.’ Terwijl Elvie Ricarte haar verhaal doet, zit de Nederlandse Isa Hoes te knikken. ‘Dat ken ik ook!’zegt ze. ‘Dan vraagt mijn zoon: Waarom moet je vanavond nou alweer naar het theater, mama? Kun je niet gezellig thuis blijven? Soms kun je je daar echt verscheurd over voelen.’

Actrice Isa Hoes is als ambassadrice van Cordaid Kinderstem op bezoek in Manilla en loopt een dagje mee met sociaal werkster Elvie Ricarte. Ze wil graag weten hoe Elvie’s werkdag met de straatkinderen er in de praktijk uit ziet. Isa Hoes is onder de indruk van de situatie van de naar schatting 30.000 straatkinderen die in hun eentje door Manilla zwerven zonder vaste verblijfplaats en zonder ouders om op terug te vallen. Een groot deel van hen is verslaafd aan het snuiven van lijm. Veel straatkinderen komen noodgedwongen in de prostitutie terecht. Na de tyfoon Ketsana die eind september over Manilla raasde en 80% van de stad onder water zette, is hun situatie er alleen maar slechter op geworden. Isa Hoes: ‘Het lot van straatkinderen is heel schrijnend. Ik ben ervan geschrokken hoe wijdverbreid de armoede hier in Manilla is. Dit zijn geen probleemwijken, dit lijkt wel een hele probleemstad.’

Bedompt

De werkdag begint ’s ochtends vroeg bij Elvie Ricarte thuis. Ze woont in een bijna- sloppenwijk die gebouwd is langs een stinkend kanaal waarin bergen afval drijven. De stegen tussen de bouwvallige huizen zijn donker en benauwd. Hoewel het nog vroeg is, voelt de hitte drukkend. Het huis waar Ricarte al meer dan dertig jaar woont, bestaat uit een huiskamer annex keuken van 2 bij 2 meter met een trap naar een bedompte slaapverdieping van dezelfde afmetingen. Die slaapruimte deelt Ricarte met haar jongste zoon van 23 die sinds zijn scheiding weer bij zijn moeder woont en met haar broer die na een hersenbloeding gehandicapt is geraakt. ‘Hij kon nergens anders heen en dus woont hij hier,’ zegt Ricarte

Op de drempel van het huisje zit een kat met twee broodmagere jongen. Een hond slaat aan zodra Isa Hoes het halfdonkere kamertje betreedt. Ricarte sust hem. ‘Mijn dieren passen goed op het huis,’ zegt ze. Aan de muur boven de geïmproviseerde gootsteen hangen ingelijste foto’s. Elvie Ricarte wijst op haar trouwfoto. ‘Ik ben in 1978 getrouwd. Hij wilde me hebben en ik had weinig te kiezen. Ik was als 18-jarige mijn ouderlijk huis ontvlucht, omdat mijn vader me sloeg. In Manilla kende ik niemand. Ik had geen geld, geen werk en geen dak boven mijn hoofd. Dus wat doe je? Acht jaar later toen onze jongste zoon negen maanden was, liet mijn man me in de steek voor een andere vrouw.’

Weinig te kiezen

De herinneringen aan die eerste jaren als alleenstaande moeder met drie jonge kinderen zijn niet prettig. Elvie Ricarte: ‘Niemand heeft me geholpen. Ik moest mezelf zien te redden. Ik had een houten lorry waarop ik lege flessen en ander afval verzamelde om te verkopen. Dat was handig, want de kinderen konden meerijden op de lorry. Toen ik later een baantje als wasvrouw kreeg, nam ik ook mijn kinderen mee. Ik had weinig geld en we leefden bijna het leven van een straatfamilie. Maar er was een belangrijk verschil: we hadden ons huisje. Pas toen ik werk kreeg als sociaal werkster, kon ik me voor het eerst kinderopvang permitteren. Ik vond het niet leuk om de kinderen achter te laten, maar ze kregen er melk en daar werden ze lekker mollig van. Je hebt weinig te kiezen. En dus word je een heel praktische moeder.’

Dat laatste kan Isa Hoes beamen. ‘Je moet inderdaad praktisch zijn,’ zegt ze. ‘Ik heb dat ook echt moeten leren. Na de geboorte van mijn zoon Merlijn, wist ik een ding zeker: ik wilde blijven werken als actrice en dus moest er kinderopvang geregeld worden. Je moet je emoties dan maar even uitschakelen. Dat valt in het begin niet mee. Maar het moet wel.’ Ze beseft dat haar situatie nauwelijks te vergelijken is met die van Elvie Ricarte. Zij had een man, er was geld genoeg en ze woonde in een mooi huis. Isa Hoes vraagt: ‘Het lijkt me verschrikkelijk moeilijk om alleenstaande moeder te zijn. Is het eenzaam?’ Ricarte kijkt haar aan en knikt dan: ‘Ja, ik voel me alleen. Ik ben inmiddels al heel lang gescheiden, maar soms kan ik me nog ziek voelen van eenzaamheid. Maar dit is mijn leven. Ik heb mijn handen en mijn voeten om te overleven. Ik hou van mijn werk en ik doe mijn best om vader en moeder tegelijk te zijn voor mijn kinderen.’ 

Tussen geparkeerde auto’s

Het wordt intussen tijd om naar kantoor te gaan. Een uurtje later zit Ricarte achter haar bureau op het hoofdkantoor van CHAP. Het is een plastic tuintafel die is neergezet in een los aanbouwsel achterin de tuin. Er hangt een borduurwerkje boven haar tafel. ‘Nanay Elvie’ staat erop in rode en gele kruissteekjes. Ze zegt: ‘Het is door een van de straatkinderen gemaakt. Ze noemen me allemaal nanay. Dat betekent moeder. Ik probeer als een moeder voor ze te zijn. De straatmeisjes die ik begeleid, hebben bijna allemaal ervaringen met seksueel geweld. Het zijn heel kwetsbare meisjes die eraan gewend zijn om iedereen te wantrouwen. Maar bij mij voelen ze zich veilig en doen ze hun verhaal. Goed luisteren is in dit werk het belangrijkste wat er bestaat.’

Die middag geeft Elvie Ricarte lessen seksuele voorlichting aan een groep van vijftien straatmeisjes in verschillende leeftijden. De lessen worden gegeven in een carport tussen de geparkeerde auto’s. De kinderen zitten op lage plastic stoeltjes. Isa Hoes gaat tussen hen in zitten en luistert mee. Ricarte laat zelfgemaakte tekeningen zien van de mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen. ‘Wat is dit?’ vraagt ze aan de meisjes. Er wordt gesmiespeld en gegiecheld, maar uiteindelijk komt er een serieus antwoord. Ricarte: ‘De meisjes zijn lang niet allemaal goed voorgelicht. Vaak denken ze dat ze zich kunnen beschermen tegen zwangerschap door meteen na de seks te gaan plassen. Ik leg uit waarom dat niet voldoende is.’

Haalbaar

Isa Hoes is onder de indruk van de gedrevenheid waarmee Elvie Ricarte zich voor de straatkinderen inzet. ‘Ik vind het ongelofelijk dat iemand die zelf op de grens van armoede leeft, dit werk met zoveel liefde doet.,’ zegt ze. Voor Elvie Ricarte is daar niks verbazingwekkends aan. ‘Ik vind het geen moeilijk werk’, zegt ze. ‘Het is een missie. Je wordt geboren met bepaalde verantwoordelijkheden ten opzichte van jezelf, je familie en de omgeving waarin je leeft. Als je om je heen kinderen ziet die geen huis en geen ouders hebben, dan kun je niet wegkijken. Dan ga je aan de slag, ook al is het lastig om je aandacht te verdelen tussen werk en gezin. Je moet flexibel zijn en je leven zo goed mogelijk organiseren.’

Toch wordt de uitzichtloze ellende waarin de straatkinderen leven ook Elvie Ricarte soms bijna te veel. Ze zegt: ‘Als sociaal werkers absorberen wij alle problemen. Wij luisteren elke dag naar al die verdrietige verhalen. Dat is onze taak. Maar zo nu en dan heb ik het gevoel dat al dat verdriet zich opstapelt in mij. Dan voel ik me vol en zou ik willen huilen. Het is een permanent gewicht op je schouders, terwijl ik het ook nodig heb om een keer lekker te kunnen lachen. Het zou goed zijn als wij als professionals onze verhalen ook kwijt konden. Als iemand een keer naar ons zou luisteren.’

De hete middag loopt op zijn eind. De meisjes gaan de straat weer op. Isa Hoes en Elvie Ricarte omhelzen elkaar als twee vriendinnen en nemen afscheid. Op de terugweg zegt Isa Hoes. ‘Op dit soort reizen raak ik altijd onder de indruk van de ellende waarin straatkinderen overal ter wereld moeten leven. Je vraagt je af waar je moet beginnen met helpen en of de situatie ooit werkelijk zal verbeteren. Maar na vandaag heb ik een concreet en volgens mij ook haalbaar doel: laten we ervoor zorgen dat sociaal werkers zoals Elvie Ricarte die dagelijks met de harde praktijk worden geconfronteerd, zelf ook ondersteuning krijgen. Dat ze hun verhaal kwijt kunnen en nieuwe energie op kunnen doen. Daar ga ik me sterk voor maken.’

 

in: Lof, jan/febr 2010