“Ik vind het juist leuk dat ik in mijn werk te maken heb met gewoontes en rituelen uit culturen die heel anders zijn dan de mijne. Je moet er met open blik en met respect naar kijken. Het wordt pas lastig als de rituelen gezondheidsrisico’s voor moeder of kind opleveren. Dan moet je iets doen.” Dat zegt de Rotterdamse kraamverzorgende Rina Hoornweg, die in de 20 jaar dat ze meedraait in het vak al heel wat heeft meegemaakt. “In het begin maakte ik onbedoeld en onbewust allerlei fouten. Zo zal het me nu nooit meer overkomen dat ik vergeet om mijn schoenen uit te doen bij binnenkomst, maar in de begintijd is dat wel eens mis gegaan.”

Rina Hoornweg, die zowel werkzaam is in het Rotterdamse Geboortecentrum Sophia als in de wijk, heeft de training ‘Geboorte en Kraamtijd in verschillende culturen’ gevolgd. “Kennis is erg belangrijk,” zegt ze. “Je komt van alles tegen in de praktijk. In het Geboortecentrum hebben we te maken met vrouwen met wel 70 verschillende culturele achtergronden. Elke cultuur heeft z’n eigen rituelen. De hamvraag is steeds: is het veilig? Hindoestanen gebruiken bijvoorbeeld graag blauwsel. Als ze het in het badje gieten of de baby ermee insmeren, is dat prima. Maar op het moment dat ze blauwsel in het mondje van het kind willen doen, wordt het gevaarlijk. Dat probeer ik dan uit te leggen.”

Migratieland

De training ‘Geboorte en Kraamtijd in verschillende culturen’ is ontwikkeld om professionals die een rol spelen tijdens zwangerschap, bevalling en kraamtijd te trainen in het werken met patiënten uit verschillende culturen. Het project is een initiatief van het gemeentelijke programma ‘Klaar voor een Kind’ waarvan de coördinatie bij de GGD Rotterdam Rijnmond en het Erasmus Medisch Centrum ligt. Zowel financieel als wat draagvlak betreft wordt het project ondersteund door Actiz, de beroepsorganisatie voor zorgondernemers. Ingrid Peters, die als projectleider interculturalisatie nauw betrokken is geweest bij de totstandkoming van de training, vertelt: “De training bevat naast een praktisch deel met rollenspellen en oefeningen ook een theoretisch gedeelte. Een zekere achtergrondkennis is nodig om al die gebruiken en rituelen die je in de praktijk tegen komt te kunnen plaatsen. Daarom beginnen we met een onderdeel theorie.”

Allereerst wordt aandacht besteed aan de migratiehistorie en aan de karakteristieken van de verschillende religies en culturen. Ingrid Peters zegt: “Het is belangrijk om te kijken naar de motieven om te migreren. Waarom doen mensen dat? Soms zijn de motieven puur economisch van aard, maar er zijn ook veel migranten die vanwege oorlogen of natuurrampen gevlucht zijn. Daarnaast wil ik cursisten aan het denken zetten over Nederland als migratieland. Wist je dat 98% van de Nederlanders voorouders heeft die niet in Nederland geboren zijn? Dat is voor velen een eyeopener. Heel belangrijk vind ik ook om het verschil tussen cultuur en religie duidelijk te maken. Ik hou cursisten altijd voor: wees open en durf te vragen naar achtergrond of geloof.”

Oma te vriend houden

Natuurlijk gaat het in de training vaak over de verschillen tussen culturen, maar Ingrid Peters vindt het daarnaast belangrijk om ook de overeenkomsten te benadrukken. Ze zegt: “Eén ding is altijd hetzelfde: je begeleidt als kraamverzorgende een vrouw die barende is of net een kind heeft gekregen. Daarbij spelen gevoelens een rol die voor alle vrouwen ongeacht hun culturele achtergrond hetzelfde zijn. Vrouwen die moeten bevallen zijn per definitie kwetsbaar en vaak ook angstig. Ze maken zich zorgen en voelen zich onzeker. Wat staat hun te wachten? Geen wonder dat er rondom zwangerschap en geboorte in elke cultuur heel veel rituelen bestaan. Rituelen kunnen helpen om met de onzekerheid om te gaan. Het viel me tijdens de trainingen op dat kraamverzorgenden in de praktijk vaak al een goed gevoel voor culturele verschillen hebben ontwikkeld. Maar kennis over de achtergronden en het waarom van allerlei rituelen ontbrak.”

           Wie kan beter uitleggen wat de achtergronden van bepaalde rituelen zijn dan vrouwen die zelf uit die cultuur afkomstig zijn? Daarom is ervoor gekozen om in de training samen te werken met allochtone trainsters. Deze vrouwen, die speciaal zijn opgeleid tot Voorlichters Gezondheid, spelen een belangrijke rol in de training. Ingrid Peters: “Het succes van de training heeft denk ik daarmee te maken. Er zijn allerlei diversiteitstrainingen in Nederland, maar over het algemeen worden die door Nederlanders gegeven. Wij wilden het anders doen en dat werkt goed. Die dames kennen de cultuur van binnen uit. Zij leggen bijvoorbeeld uit dat in veel culturen de oma een cruciale rol speelt in het gezin. Als je als kraamverzorgende iets wilt bereiken moet je je niet alleen op de kraamvrouw richten, maar er vooral voor zorgen dat je de aanwezige oma bij je plannen betrekt.” Of zoals kraamverzorgende Rina Hoornweg het formuleert: “Zorg dat je oma te vriend houdt.”

Boze geesten

Rina Hoornweg heeft een schat aan praktijkervaringen. Met vallen en opstaan leerde ze omgaan met de vele culturele verschillen. Dat was lang niet altijd eenvoudig. Ze vertelt: “Je komt soms ronduit gevaarlijke situaties tegen. Zo is het in verschillende culturen gebruik om honing in het mondje van de baby te smeren. Daarmee hou je boze geesten op afstand. Mensen weten vaak niet dat die honing grote risico’s met zich meebrengt. In honing zitten bepaalde bacteriën, die bij de pasgeborene een longontsteking kunnen veroorzaken. Een ander voorbeeld dat ik vaak tegenkom, is de open schaar die in sommige Turkse en Marokkaanse gezinnen in de wieg wordt gelegd om kwade geesten af te weren. Dat is vooral gevaarlijk als er andere kinderen in het gezin zijn die aan die schaar gaan rommelen. Hoe ga je als kraamverzorgende met dit soort situaties om? Daarover heb ik in de training veel geleerd.”

Annemieke van Ede heeft als manager van het Geboortecentrum Sophia dagelijks te maken met dit soort vragen. Ze zegt: “Zeventig procent van de vrouwen die bij ons in het Geboortecentrum komt bevallen, heeft een allochtone achtergrond. Daardoor komen we hier met heel veel verschillende rituelen en gebruiken in aanraking. We staan ervoor open. Alles is bij bespreekbaar. We hanteren het uitgangspunt: hoe kunnen we een rite handhaven op een niet risicovolle manier? Surinamers en Antilianen kunnen bijvoorbeeld de weeën stimuleren door de buik in te wrijven met een kruidenmengsel. Waarom zouden we daarover in discussie gaan, alleen maar omdat wijzelf dat gebruik niet kennen? Het is niet gevaarlijk dus wat is erop tegen? Het wordt pas lastig als het om rituelen gaat die een gezondheidsrisico inhouden. Dan moet je ingrijpen.”

Het Rotterdamse Geboortecentrum is in korte tijd zeer populair geworden onder allochtone vrouwen. Annemieke van Ede: “Dat heeft mede met onze locatie te maken: we zijn in het centrum van Rotterdam gevestigd te midden van oude wijken waar mensen uit heel veel verschillende culturen wonen. Voor sommigen is het Geboortecentrum echt een uitkomst. Bijvoorbeeld voor vrouwen die zo krap behuisd zijn, dat thuis bevallen en kramen lastig is. Een groot voordeel van het Geboortecentrum is ook dat wij het kraambezoek kunnen regeluren, zodat de jonge moeder aan haar rust toe komt. In culturen waarin gastvrijheid hoog in het vaandel staat, is het soms bijna onmogelijk om enthousiaste bezoekers de deur te wijzen met het argument dat moeder en kind moeten slapen. Je ziet vaak dat kraamvrouwen te snel uit bed komen om gastvrouw te spelen, terwijl ze daar nog te zwak voor zijn. In het Geboortecentrum kunnen we er beter voor zorgen dat de pas bevallen vrouwen hun rust krijgen.”

Oude wijken

Het idee voor de training ‘Bevalling en kraamtijd in verschillende culturen’ is niet toevallig juist in Rotterdam geboren. Manager Annemieke van Ede: “De perinatale sterfte in Rotterdam was hoog, het hoogste van heel Nederland. Om de veiligheid rondom de geboorte te verbeteren, is door de gemeente het programma ‘Klaar voor een kind’ ontwikkeld. De training ‘Bevalling en kraamzorg in verschillende culturen’ is onderdeel van dat programma en ook de oprichting van het Geboortecentrum Sophia valt eronder.”

De afgelopen jaar is uitgebreid proef gedraaid met de training: niet alleen kraamverzorgenden en verloskundigen hebben hem gevolgd, maar ook studenten aan de ROC’s. De reacties zijn zeer positief. Veronique Tubée, die zich binnen beroepsorganisatie Actiz met interculturalisatie bezighoudt, is blij met het succes van de training. Ze zegt: “Actiz heeft de ontwikkeling van de training ‘Geboorte en Kraamtijd in verschillende culturen’ financieel ondersteund. Wij vinden het een heel belangrijk onderwerp. Onze samenleving verandert. We stellen uitdrukkelijk de vraag: wat betekent kwaliteit van zorg voor iemand die een andere culturele achtergrond heeft? De training past heel goed in ons beleid op dit terrein.” Interessant aan de training vindt Veronique Tubée het risico gestuurde aspect en het feit dat de training heel praktisch is opgezet.“Tubée: “Je kunt niet alles uit een boekje leren. Kraamverzorgenden zijn mensen van de praktijk en die wil je heel praktische handvatten geven. Daarom vind ik het zo mooi dat in de training allochtone voorlichters een rol spelen.”

De hamvraag is nu natuurlijk of deze training inderdaad een rol kan spelen bij het terugdringen van babysterfte. Harde cijfers daarover zijn op dit moment nog niet voorhanden. Maar kraamverzorgende Rina Hoornweg denkt zeker dat de training effect heeft. Ze zegt: “Nu ik de achtergronden van allerlei gebruiken ken, kan ik mij beter voorstellen waarom mensen bepaalde rituelen belangrijk vinden. Die kennis gebruik ik, wanneer ik de risico’s van een bepaald ritueel ter sprake wil brengen. Ik weet dat ik dat voorzichtig en met respect moet doen. Dat vergroot de kans dat de mensen naar mij willen luisteren. En dat komt tenslotte de veiligheid van moeder en kind ten goede.”

[onderschrift]

Meer informatie over de training ‘Geboorte en Kraamtijd in verschillende culturen’ is te vinden op www.voorlichtersgezondheid.nl

Voor meer informatie over het programma ‘Klaar voor een Kind’ zie: www.klaarvooreenkind.nl

 

In: Nataal, dec. 2012