In 1981 ging Corien van Zweden theologie studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hoewel ze gretig meedeed aan alle werkgroepen, leesclubjes en discussiebijeenkomsten, voelde ze zich van het begin af aan een buitenstaander in een wereld waar evangelicale predikanten in spe overhoop lagen met radicale linkse studenten. Tegen het eind van haar studie liep ze stage bij de IKON-televisie en wist zekerder dan ooit dat ze nooit dominee zou worden. Ze vatte een grote liefde op voor historisch onderzoek en studeerde af op een studie naar de brieven en getuigenissen van de martelaressen van de Reformatie onder de titel 'Vriendinnen Gods.'

Pakistan

In 1989 vertrok Corien naar Karachi, Pakistan om als vrijwilligster in een tehuis voor verstandelijk gehandicapte kinderen te gaan werken. Karachi was een openbaring: heet, kleurrijk en chaotisch en vol baardige mannen die hun handen niet thuis konden houden. Temidden van de mismaakte en ondervoede kinderen in het tehuis wankelde haar wereldbeeld. Niets zou daarna meer zijn zoals het daarvoor was. In die maanden begon ze met het schrijven en publiceren van (reis)verhalen en daar is ze sindsdien niet meer mee gestopt. Sinds 1992 werkt ze als zelfstandig journalist voor verschillende opdrachtgevers.

Amazone

Tussen 1996 tot 1999 woonde en werkte Corien van Zweden in Riberalta in het Boliviaanse Amazonegebied. Het stadje dat van alle kanten is ingesloten door ondoordringbaar bos, geldt als het centrum van de paranotenindustrie. Elke avond bulkte de discomuziek uit talloze dancings en karaokebars en reden jongeren op brommers rondjes om de plaza. Ze reisde veel en maakte verhalen en reportages vanuit Bolivia en Peru.

Andere reizen

Ook in de jaren daarna bleef ze reizen, maar nu weer met Amsterdam als standplaats. Haar  reisreportages gaan vaak over mensen aan de onderkant van de samenleving: Afrikaanse straatkinderen, in oostblokflatjes opgesloten ouderen, Aids-slachtoffers in Arusha, een krantenverkoopster in Paramaribo, Maasai-meisjes die niet besneden willen worden, slachtoffers van kinderprostutie in de buurt van Manilla, kindsoldaten in Oeganda, slachtoffers van overstromingen in Bangladesh, en straatkinderen in Kameroen.

Daarnaast schreef ze over uiteenlopende onderwerpen als verwoestijning in Binnen-Mongplie en het onderwijs in Australie.

 

Gezondheidszorg

Een ander thema waar ze veel over schrijft, is de gezondheidszorg. Ze publiceert in diverse (vak)bladen over onder meer psychische gezonheid en trauma, verloskunde en kraamzorg, tandheelkunde en over communicatie- en managementvraagstukken in de zorgsector. Ook schrijft ze graag over en voor kinderen over onderwerpen uit de psychiatrie, zoals anorexia nervosa, autisme en zelfbeschadiging.

Boeken

In de loop der jaren werkte ze mee aan boekpublicaties over uiteenlopende onderwerpen. Zo was ze ghostwriter van een boek over fair trade, maakte ze interviews met politiemensen over integriteit en publiceerde ze een boek met portretten van Amsterdammers over veiligheid in hun stad.
In 2008 kwam haar eerste literaire non-fictie boek uit: 'De kunst van het rouwen'. Daarin verbindt ze het altijd geheim gehouden verhaal over de doodgeboorte van haar zusje in 1960 met de actuele ontwikkelingen op het gebied van rouwrituelen en uitvaartgebruiken.