Frans van der Hoff over de problematiek van de producent

 

Toen ik in 1980 voor het eerst in het berggebied kwam, werd ik getroffen door de armoede van de koffieboeren, de slechte omstandigheden waaronder zij leefden en de uitzichtloosheid van hun bestaan. Hun huizen waren van beroerde kwaliteit, maar geld en middelen om ze te repareren hadden de boeren niet. Veel daken waren lek en vaak vertoonden de muren gaten en scheuren waardoor het in de regentijd vochtig en klam was in huis. De kindersterfte was hoog en bij ziekte was er nauwelijks medische hulp. De misoogst van 1976 had voor de koffieboeren een dieptepunt gevormd. Ze hadden hun kredieten niet kunnen afbetalen, omdat er in dat rampjaar met de koffie niets verdiend werd. Bovendien waren ze gedwongen nieuwe kredieten af te sluiten omdat ze toch ergens van moesten leven. Pogingen om verbetering in de situatie aan te brengen waren achter elkaar mislukt. Cooperatievorming kwam niet van de grond vanwege conflicten, gebrek aan communicatie en onderlinge verschillen. Ook had men getracht om winkels op te zetten voor de voedselvoorziening, maar die waren de een na de ander failliet gegaan, omdat er uitsluitend op de pof werd gekocht. Er was weinig zicht op verbetering.


Er werd mij gevraagd om in het berggebied een cursus op te zetten om samen met de bevolking een inventarisatie en een analyse van de problemen te maken. Dat wilde ik graag doen, maar omdat ik de regio slecht kende en weinig kijk had op de aard van de problemen, wilde ik me eerst grondig in de zaak verdiepen. De beste leerschool leek me de praktijk van alledag. Het was droge tijd en dus de periode voor de koffiepluk. Op mijn eigen boerenbedrijfje in Barranca Colorada had ik op dat moment weinig werk en daardoor nauwelijks inkomsten. Ik besloot een centje bij te gaan verdienen als dagloner bij de koffieoogst met het idee dat ik al werkend waarschijnlijk enig zicht zou krijgen op het leven van de koffieboeren en de problemen waar zij mee worstelen.


De koffieoogst vindt in deze streek plaats in de maanden december tot en met maart. In die periode werkt het hele gezin mee, inclusief alle kinderen vanaf een jaar of elf, twaalf. Het zijn maanden van heel veel en heel hard werken, waarbij er werkdagen worden gemaakt van zes uur in de ochtend tot een uur of elf 's avonds. Het werk is zeer arbeidsintensief. Omdat de koffieplant in goede jaren drie keer bloeit, moeten de plukkers drie keer bij alle planten langs. Bovendien is er haast geboden. Zodra de koffiebessen rood worden, moeten ze worden geplukt. Als je te laat bent en de bes is al op de grond gevallen, is hij onbruikbaar geworden. Gelukkig hebben de meeste families koffietuinen op verschillende hoogtes, zodat niet overal de bessen op dezelfde tijd rijp zijn. Als de bessen in de lagere tuinen geplukt zijn, wordt het tijd om de bessen op hoger gelegen hellingen te plukken.


's Ochtends vroeg zodra het licht wordt, vertrekt de hele familie naar de koffietuin. Kleine kinderen worden meegesjouwd op de rug en er gaan pannen met bonen en tortillas mee voor de lunch. Soms worden er hangmatjes opgehangen voor de allerkleinsten en moeten de iets grotere broers en zusjes op de baby's passen. De rest van de familie vertrekt met een mand op de buik naar de koffieplanten. Om de bessen te kunnen plukken, moet je de stam van de koffieplant in het midden vast pakken, naar je toe buigen, en met een haak vast zetten. Met je vingers trek je vervolgens alle rode bessen los. Vooral de vrouwen zijn er goed in. Die hebben een enorme vingervlugheid ontwikkeld. Toen ik voor de eerste keer meehielp met plukken, haalde ik op geen stukken na het quotum dat zij halen. Maar het werk went, en je wordt er steeds sneller in. Tijdens het plukken wordt er heel wat afgekletst, vooral in de ochtenduren als iedereen nog fit is, en het nog niet zo warm is. Het is zwaar werk, omdat je de hele dag moet staan. Bij mooi weer sta je soms uren achtereen in de hitte te plukken, bij regen zit je ongeduldig te wachten, omdat je niets kunt doen. Die tijd moet later zoveel mogelijk worden ingehaald. Veel koffieboeren en hun familieleden zijn na de oogsttijd graatmager van het harde werken.


Na een lange dag plukken en sjouwen met manden vol bessen is het werk nog niet voorbij. De geplukte koffie moet met behulp van ezels naar huis worden vervoerd. Omdat er meestal maar een lastdier is, loopt de koffieboer met zijn zwaar bepakte ezel vaak wel drie of vier keer op en neer. Na het avondeten moet de koffie nog worden ontpulpt in een klein molentje. Je gooit de bessen erin, en draait net zo lang tot de buitenste schil van de bes los laat en de pitten overblijven. Zo nu en dan giet je er wat water bij om de doorstroom te bevorderen. De koffiepulp die deze behandeling is overgebleven, wordt bewaard en kan later als compost gebruikt worden in de koffietuinen. In elke koffiebes zitten twee groene pitten, de koffiebonen. Die pitten moeten worden gefermenteerd in grote bakken water, waarin ze 25 tot 36 uur blijven liggen om de honinglaag eraf te weken. Nadat de koffiebonen goed gewassen zijn worden ze gedroogd op kleine cementen droogplaatsen vlakbij het huis. Die gedroogde koffiebonen worden pergamino genoemd.


Omdat ik niets van koffie wist, stelde ik al plukkend de ene vraag na de andere. Dat vonden de plukkers wel leuk, ze wilden het graag vertellen aan zo'n witte meneer. Ze legden me alles uit: hoe de koffieplant groeit, op wat voor manier je hem moet onderhouden, wanneer een plant de mooiste bessen geeft en hoe je het snelst kunt plukken. Zo kreeg ik langzamerhand zicht op het hele proces, de hoeveelheid werk en de prijzen. Ik verhuurde me een paar weken bij de ene familie en trok dan weer verder naar een andere plek. Op die manier kreeg ik de verhalen van verschillende kanten en uit verschillende regio's  te horen. Ik werd betaald in zakken gefermenteerde koffie, die ik via een van de opkopers te gelde maakte. De prijs was laag: ongeveer 25 dollarcent per kilo.Voor mezelf had ik op basis hiervan een ruwe schatting gemaakt van wat de koffieboer gemiddeld per jaar verdient en dat bleek niet meer te zijn dan zo'n 210 dollar per familie per jaar.

 

uit: Nico Roozen en Frans van der Hoff in samenwerking met Corien van Zweden (ghostwriter), Fair Trade, Het verhaal achter Max Havelaar-koffie, Oke-bananen en Kuyichi-jeans, Van Gennep Amsterdam / J-C. Lattes, Parijs 2001 (vertaald in het Frans, Engels, Spaans en Italiaans)